Drakensteyn van hofstede tot woonpaleis van prinses Beatrix

Na het overlijden van prins Friso en zijn begrafenis in de Stulpsekerk in Lage Vuursche is het flink druk geweest rondom Kasteel en landgoed Drakensteyn, dat verscholen ligt in de bossen van het kleine Utrechtse dorpje in de gemeente Baarn. Inmiddels is de rust weer teruggekeert, hoewel in het weekend nog steeds veel dagjesmensen het graf van de prins bezoeken.



De oude geschiedenis van Drakensteyn is nauw verbonden met die van ridderhofstad Drakenburg bij Baarn die in de negentiende eeuw is afgebroken. In 1360 is voor het eerst geschreven over een hofstede Drakesteyn die in 1385 aan Frederik van Drakenburg werd beleend.

Ridderhofstad

In 1634 werd Ernst van Reede eigenaar van Drakensteyn. Zijn zoon Gerard bouwde in 1640 een nieuw, volledig symmetrisch achthoekig huis, het huidige kasteel, op de plek van de oude hofstede. Het kasteel werd erkend als ridderhofstad en Gerard werd er ridder van. In die dagen werd ook het dorp Lage Vuursche gebouwd. Ridder Gerard liet een kerk bouwen met een pastorie, een school, een molen en een herberg.

In de zeven- en achttiende eeuw wisselde het kasteel enkele malen van eigenaar totdat prinses Beatrix het in 1959 van Frederik Lodewijk Bosch van Drakestein kocht. Zij liet het kasteel grondig verbouwen en trok er in 1963 in met haar gezin. Nadat Beatrix koningin werd, verhuisde ze in 1981 met prins Claus en haar drie zoons naar Den Haag. Vanaf die tijd is Drakensteyn in gebruik als buiten- en gastenverblijf.

In 2006 werd bekendgemaakt dat Drakensteyn gerenoveerd zou worden om het kasteel weer bewoonbaar te maken. Er zouden enige meters bijgetrokken worden en het zou volop beveiligd en klaargemaakt worden voor de eenentwintigste eeuw. Dit bericht gaf voeding aan de geruchten dat de abdicatie van Koningin Beatrix aanstaande was. De RVD wilde hier toen niet op ingaan. De troonwisseling volgde echter pas enkele jaren later en onlangs is bekend gemaakt dat de prinses weer terugkeert op haar vertrouwde kasteel en landgoed.

Het huis en landgoed zijn niet toegankelijk voor publiek. Drakensteyn is privébezit van de prinses en valt dus niet, zoals andere koninklijke paleizen, onder de Rijksgebouwendienst.