Gras in de tuin

Een gazon is een must voor iedere tuinliefhebber. Wie nog geen mooi groen grasveldje heeft liggen, kan nu met graszoden of met graszaad aan de slag. Graszaad kan het beste gezaaid worden tussen nu en november.


Bedenk vooraf waar het gazon voor gebruikt wordt. Is het bijvoorbeeld voor kinderen, gebruik dan graszoden of graszaad van een sterke grassoort.

Bepaal waar het gazon komt door piketpaaltjes neer te zetten en de contouren van het gazon uit te zetten met touw. Het is ook wijs om een bodemanalyse uit te voeren met een Doe-het-zelfsetje. Is de grond te zuur, gebruik dan kalk. Als de grond te basisch is, heeft de bodem tuinturf nodig. Compost is ook noodzakelijk. Verwerk dit met een schop in de bovenste 10-15 cm van de grond.

Egaliseer de grond met een hark. Rol er vervolgens met de tuinwals overheen. Hark net zo lang totdat alle gaten en oneffenheden zijn verdwenen. Besproei de bodem en laat hem ongeveer 14 dagen rusten om in te klinken. Verwijder het onkruid. Hark en rol daarna nog een keer om eventuele nieuwe gaten te herstellen.

Het aanleggen met graszoden gaat als volgt. Rol ze allemaal in dezelfde richting uit. Leg ze in steensverband (verspringend) tegen elkaar en druk ze met de voet stevig aan. Steek de randen van de graszoden af met een graskantsteker. Vul de naden op met potgrond. Leg ook langs de randen een laagje potgrond om uitdroging te voorkomen. Rol met de tuinwals de graszoden licht aan. Besproei het gazon om de dag met ruim water. Na een dag of tien is het gras te maaien.

Graszaad is het beste te zaaien op een windstille dag. Verdeel het graszaad in tweeën. Zaai het ene deel in de breedte- en het andere in de lengterichting van het gazon. Hark het zaad voorzichtig en niet te diep in de grond. Rol met de tuinwals de ingezaaide bodem vlak. Besproeit het gazon twee tot driemaal per dag. Als het gras ongeveer 8 cm hoog is, mag het voorzichtig gemaaid worden.